Door de rust in het zuiden na de Guldensporenslag kon Gwijde van Dampierre, graaf van Vlaanderen, zich richten op zijn oude rivaal, Jan II van Avesnes, graaf van Holland en Henegouwen. Deze had in de Guldensporenslag meegestreden met de Fransen. In februari 1303 werd het offensief in Henegouwen begonnen. Lessen werd op 2 april veroverd en met 22 dorpen in de omgeving in brand gestoken. Als wraak ging de zeventienjarige zoon van Jan van Avesnes, Willem, op plundertocht vanuit Arnemuiden naar Terhofstede op het eiland van Cadzand. Hierop formeerden de Vlamingen in Sluis een vloot die onder Gwijde van Namen, de zoon van Gwijde van Dampierre, de rechten op Zeeland opeiste. Dit werd gesteund door het Vlaamsgezinde deel van de Zeeuwse edellieden die door Willem van Avesnes waren verbannen. Op 23 april verliet de vloot de haven op weg naar het Sloe, tussen Walcheren en Zuid-Beveland. Jan II van Avesnes liet de verdediging over aan zijn zoon Willem. Willem moest zijn troepen verdelen, omdat de Vlamingen zowel op Walcheren als op Zuid-Beveland konden landen. Op 25 april ging Gwijde met 3000 Vlamingen en 800 Zeeuwen aan land bij Veere. Zijn broer Jan wachtte met zijn landing, waardoor Willem zijn Walcherse troepen opnieuw moest verdelen. Bij Arnemuiden moest een landing van Jan van Namen verhinderd worden, net als bij Middelburg. Het derde deel trok op naar Veere om Gwijde aan te vallen. Willem was echter niet opgewassen tegen Gwijde en vluchtte naar Middelburg met zijn resterende soldaten. Al na een belegering van negen dagen gaf hij zich op 9 mei over. Nadat Willem en zijn mannen een vrijgeleide hadden gekregen uit Middelburg, veroverden de Vlamingen heel Walcheren en de overige Zeeuwse eilanden. Slechts Zierikzee wist stand te houden. Begin juli werd een wapenstilstand gesloten, waarbij graaf Jan II de eilanden tot aan de Maas afstond aan Gwijde van Namen, met uitzondering van Zierikzee, dat echter niet mocht worden versterkt.
[Bron: www.nu.nl]